De koning van de Visigoten was een belangrijke figuur in de geschiedenis van het Visigotische koninkrijk, dat een groot deel van het Iberisch schiereiland besloeg tijdens de late oudheid. De Visigoten waren een Germaans volk dat zich vestigde in het westen van het Romeinse rijk en uiteindelijk hun eigen koninkrijk stichtte.
De koning van de Visigoten had een belangrijke rol in het bestuur en de verdediging van het koninkrijk. Hij was verantwoordelijk voor het leiden van het leger, het maken van wetten en het handhaven van de orde binnen zijn rijk. De koning werd vaak gezien als een goddelijke figuur, die door de goden was gekozen om te heersen over zijn volk.
De koning van de Visigoten moest ook diplomatieke vaardigheden hebben om te kunnen onderhandelen met andere koninkrijken en volkeren. Hij moest ervoor zorgen dat zijn koninkrijk veilig was en dat zijn onderdanen beschermd werden tegen externe bedreigingen.
De koning van de Visigoten werd vaak gekozen uit de adellijke families van het koninkrijk en erfde zijn titel van zijn voorganger. Hij werd gekroond tijdens een ceremonie waarbij hij de kroon op zijn hoofd kreeg en werd gezegend door de kerkelijke autoriteiten.
Al met al was de koning van de Visigoten een machtige en invloedrijke figuur in de late oudheid, die een belangrijke rol speelde in de politiek en het bestuur van zijn koninkrijk.